| Een passacaglia-thema vormt het uitgangspunt in deze compositie, waarin virtuositeit, symfonische dramatiek en oriëntale melodiek een rol spelen. Oorspronkelijk is de passacaglia een dans, bestaande uit een reeks variaties op een gegeven bas, welke bas in het verloop van het stuk als ostinato steeds aanwezig blijft. In die zin staat in "Symphonic Variations" niet zozeer de passacagliavorm centraal, maar de vrije variatievorm. Jacob de Haan, zelf organist van oorsprong, werd bij het creëren van zijn passacaglia-thema geïnspireerd door de beroemde passacaglia voor orgel in C mineur van J.S. Bach. Na de introductie van de passacaglia vormt de inzet van het scherp koper de majestueuze inleiding van een muzikaal avontuur, waarin dit thema veelal fragmentarisch gevarieerd tergkomt. Vervolgens zijn er twee snellere bewegingen met dramatische contrasten en virtuose passages. Opvallend hier is de verwerking van twee karakteristieke intervallen uit de kop van het thema, namelijk de kleine secunde en de overmatige kwart. Een rustpunt in deze compositie wordt in het langzame tussendeel gerealiseerd door toepassing van een bourdon (reine quint), die zich in het gehele deel syncopisch blijft herhalen. De spanning wordt hierbij dynamisch en harmonisch opgevoerd, waarbij in de bovenliggende stemmen de oriëntaal getinte melodiek opvalt. Via een accelerando komen we in een snellere beweging terecht, waarin een perpetuum mobile gebaseerd op het passacaglia-thema centraal staat. Uiteindelijk mondt dit uit in een marciaal thema, waarin de ostinate begeleidingsfiguur in de discant is afgeleid van het passacaglia-thema. |